(update: 27/02/2020)

PSKM – SCHIETSTANDREGLEMENT

 

  • 1 Het schietstandreglement valt rechtstreeks onder de bevoegdheid van het bestuursorgaan.

De reglementen van V.S.K. vzw, I.S.S.F. of U.I.T. zijn eveneens van toepassing.

Gehoorbescherming en veiligheidsbril zijn verplicht te dragen.

  • 2 Bij 3 (drie) overtredingen in hetzelfde kwartaal zal er een sanctie volgen (zie Artikel 12 van het Intern Reglement).
  • 3 Artikelen 8 C (dragen en in- en uitpakken van wapens) en 8 D (manipulatie van de wapens tijdens de schietstonden) zijn niet van toepassing op de korpstrainingen, politiediensten, ambassadebeveiliging, veiligheid of bewakingsondernemingen.
  • 4 De titularis van de erkenning, de vereniging of haar bestuurders zijn niet verantwoordelijk voor enig lichamelijk letsel, materiële schade of enig ander nadeel dat voortvloeit uit het gebruik van de schietstand of dat ontstaat ten gevolge van een ongeval.

 

  1. TOEGANG tot de SCHIETRUIMTE van de SCHIETSTAND:
  • 1 De toegang tot de schietruimte van de schietstand is ten strengste verboden aan:
  1. a) Alle personen onder invloed van alcoholische dranken of in staat van dronkenschap. De toegang is eveneens verboden aan alle personen onder invloed van gelijk welk product dat de normale geestestoestand kan beïnvloeden. Alle leden, gebruikers en bezoekers dienen zich te allen tijde strikt te houden aan artikel 3, 9°, van het schietstandenbesluit, dat als volgt luidt: “Alcoholische dranken mogen slechts worden genuttigd door particuliere schutters die hun schietactiviteiten volledig hebben beëindigd, en in geen geval binnen de schietruimte en de wapenkamer; in deze ruimten geldt tevens een algemeen rookverbod; de toegang tot de schietstand is ontzegd aan elke persoon die kennelijk in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat ten gevolge van het gebruik van drugs of geneesmiddelen” Het gebruik van alcoholische dranken, drugs of geneesmiddelen in de schietruimte is strikt verboden. De in artikel 1 van het intern reglement bedoelde personen (dus alle aangesloten leden) die vaststellen dat een schutter bij het begin van de schietbeurt kennelijk niet veilig wapens kan manipuleren door een staat van fysiek onvermogen (bv. depressie, zwakte, staat van dronkenschap, soortgelijke staat ten gevolge van het gebruik van drugs of geneesmiddelen) kunnen de betrokkene verzoeken de schietruimte en/of de schietstand te verlaten.
  2. b) Alle personen vreemd aan de club, niet op uitnodiging en niet vergezeld van een actief lid.
  3. c) Minderjarigen die geen 16 jaar oud zijn, uitgezonderd de luchtschietstand.
  • 2 Elke persoon die vuurwapens bij zich heeft moet zich voor het betreden van de schietstand onmiddellijk in het aanwezigheidsregister, als bedoeld in artikel 3, 4°, van het schietstandenbesluit, inschrijven. De schutter dient zijn naam, evenals het type (bv. pistool, revolver, geweer, etc.) en het kaliber van de gebruikte wapens te noteren. De datum van het bezoek, alsook het uur van aankomst en van vertrek dienen te worden genoteerd.
  • 3. De exploitant, elke toezichter/monitor en elke bestuurder heeft op elk ogenblik en over de gehele infrastructuur het recht om ieder persoon die deze betreedt, er zich bevindt of deze verlaat op volgende voorwerpen en documenten te controleren en ze zich te laten voorleggen:

– lidkaart van de vereniging;

– legimitatie- of persoonsbewijs;

– wapens en de wettige vergunningen die op deze wapens betrekking hebben;

– munitie;

– voorlopige of definitieve schutterslicentie;

Alle leden, gebruikers en bezoekers worden geacht hun volledige en spontane onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan een dergelijke controle.

 

  1. TOEGANG van KANDIDAAT-LEDEN tot de SCHIETRUIMTE van de SCHIETSTAND:
  • 1 Kandidaat-leden kunnen alleen de schietruimten van de schietstand betreden op uitnodiging van een bestuurslid, een actief lid of een ander lid mits voorafgaande toestemming van een bestuurslid. Voornoemde mogen kandidaat-leden uitnodigen in de schietruimten van de schietstand, doch enkel op de normale openingsdagen (trainingsdagen) van de club en maximum drie keer dezelfde persoon. Elk lid mag één genodigde schutter of aspirant-schutter meebrengen. Het lid is verantwoordelijk voor zijn genodigde. Hij/Zij moet nagaan of zijn/haar genodigde over de voorgeschreven wettelijke documenten beschikt en hij/zij moet tijdens de schietbeurt toezicht houden en mag zelf niet schieten. Indien er financiële voorwaarden verbonden zijn aan het schieten, dan moet hij/zij ervoor zorgen dat de genodigde daaraan voldoet. Het begeleidende lid is steeds verantwoordelijk voor het kandidaat-lid en dient diens naam en voornaam te vermelden in het register. Het begeleidend lid moet bij het kandidaat-lid blijven en is verantwoordelijk voor de veiligheid. Een schutter die geen lid is van de vereniging kan ten hoogste drie maal per jaar van dit voorrecht gebruik maken. Uitzondering wordt gemaakt wanneer de genodigde deelneemt aan (officiële) wedstrijden die binnen de club georganiseerd worden.
  • 2 Dit geldt eveneens voor bezoekers en/of genodigden andere dan kandidaat-leden. Bezoekers en/of genodigden zijn slechts in de schietruimten toegelaten wanneer ze begeleid worden door een schutter die zich in het register moet inschrijven.
  • 3 Maximaal één maal per jaar kan een genodigde die niet beschikt over de nodige documenten om aan sportschieten te doen, kennismaken met de schietsport en vergunningsplichtige wapens hanteren op de schietstand. Daarbij dienen de volgende regels te worden nageleefd:
  1. a) de exploitant of de vertegenwoordiger vult vooraf een dagkaart in, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid,1°, van het schietstandenbesluit. Zij sturen binnen de zeven dagen een afschrift van deze dagkaart naar de provinciegouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de gastschutter.
  2. b) de gastschutter wordt te allen tijde begeleid door een begeleider die daartoe door de exploitant of zijn vertegenwoordiger is aangeduid. De aangeduide begeleider van de gastschutter dient aan de voorwaarden te voldoen om zelf te zijn vrijgesteld van het afleggen van de praktische proef indien hij een vergunning zou aanvragen voor een wapen dat van hetzelfde type is als het wapen dat gebruikt wordt door de gastschutter (bv. de houder van een sportschutterslicentie die geldig is voor de wapencategorie waartoe het wapen behoord dat door de gastschutter zal worden gemanipuleerd).
  3. c) De begeleider dient de gastschutter vooraf de geldende veiligheidsregels en de werking van het wapen uit te leggen. Hij stelt het wapen ter beschikking en ziet erop toe dat het wapen veilig gemanipuleerd wordt. Na het schieten neemt de begeleider het wapen onmiddellijk terug in bezit.

 

  1. DRAGEN, INPAKKEN EN UITPAKKEN VAN WAPENS:

Behandel een wapen altijd alsof “het geladen is”, ook al bent U ervan overtuigd dat dit niet het geval is.

De uitdrukking “ik dacht” telt niet in de schietsport.

  • 1 De wapens dienen bij het betreden en verlaten van de schietstand volledig onzichtbaar, degelijk verpakt en ongeladen te zijn volgens de regels van de wet.
  • 2 De wapens worden in- en uitgepakt op de voorziene schiettafels, met de loopmond naar het doel gericht. Een andere manier kan om veiligheidsredenen niet geduld worden.
  • 3 Het is ten strengste verboden wapens uit hun verpakking te halen of te tonen in de cafetaria.
  • 4 Er mogen slechts 3 (drie) vuurwapenwapens uitgepakt op de schiettafel aanwezig zijn en 1 (één) type munitie.

– De schutter moet ervoor zorgen dat het wapen ongeladen op de schiettafel ligt met de loop in de richting van het doel, indien men meer dan 1 (één) wapen op de schiettafel wenst te leggen dient men gebruik te maken van veiligheidsvlaggen om in de kamer te plaatsen (of een Nylon draad door de loop).

– Karabijnen met open grendel en lege patroonhouder naast het wapen.

– Revolvers met opengedraaide en lege trommel.

– Halfautomatische wapens met open slede en lege patroonhouder naast het wapen.

Wapens waarvan de slede niet open blijft staan, moet men openhouden door er een voorwerp (veiligheidsvlag) tussen te steken.

  • 5 Enkel tijdens wedstrijden mogen karabijnen ongeladen, met open grendel en zonder lader, nadat ze uitgepakt zijn op de schiettafel, gedragen met de loopmond naar boven en een veiligheidsvlag in de kamer, in het voorziene wapenrek geplaatst worden.
  • 6 Alle vuurwapens verplaatsen van de ene schiettafel naar de andere mag alleen verpakt in zijn koffer of etuis.
  • 7 De wapens mogen slechts uitgepakt worden op de schiettafel als het verwittigingsignaal uit is, dat er zich niemand tussen het doel en de vuurlijn bevindt en dat het niet door een baancommissaris verboden is.
  • 8 Iedere schutter is ertoe gehouden zijn wapen na te zien na elk gebruik en moet er zich voor het opbergen van vergewissen dat er geen patroon in de loop, kamer, trommel, magazijn of lader is blijven zitten.
  • 9 Tijdens bepaalde speciale trainingen en onder toezicht van een toezichter/monitor of bestuurslid kan van deze regels afgeweken worden.
  • 10 wapens dienen na de schietoefening te worden opgeborgen in de wapenkamer
  • 11De schutter is steeds verantwoordelijk voor zijn wapen en mag in geen geval zijn wapen onbeheerd achterlaten, tenzij ontladen en verpakt in de wapenkamer. Een wapen mag alleen in de wapenkamer ondergebracht worden als de eigenaar van het wapen in de infrastructuur aanwezig is, of indien het wapen werd geleend overeenkomstig artikel 12/1 van de wapenwet, indien de schriftelijke overeenkomst kan worden voorgelegd.

 

  1. MANIPULATIE VAN DE WAPENS TIJDENS DE SCHIETSTONDEN:
  • 1 Er worden maximum 5 (vijf) patronen geladen in het magazijn of de lader voor wapens die vergund zijn via de geldige sportschutterlicentie (MODEL 9).
  • 2 Alle vuurwapens die vergund zijn via een geldige wapenvergunning door de Gouverneur van zijn/haar provincie (MODEL 4) mag men het maximum patronen laden volgens de geldende regels in de Belgische wapenwet die op dat moment van kracht is.
  • 3 Tijdens het laden en bij iedere andere manipulatie van het wapen moet de loopmond van het wapen steeds in de richting van het doel gericht zijn, en de vinger van de trekker weg.
  • 4 Elke manipulatie, oefening of tonen van een wapen buiten de vuurlijn is verboden.
  • 5 Het is verboden een wapen van iemand anders aan te raken zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar.
  • 6 Voor een schietstand zonder automatisch doeltransport, wanneer iemand na een schietbeurt of om enige andere reden de schietbaan wil betreden, moet men steeds navraag doen bij de andere schutters en wachten totdat elk wapen veilig en ongeladen en met lege lader is neergelegd. Vooraleer men de schietbaan betreedt, moet de schietmonitor of zijn vervanger het verwittigingsignaal in werking stellen. Hij moet zich ervan vergewissen of alles veilig is en geeft vervolgens toelating om de schietbaan te betreden. De wapens mogen slechts geladen worden aan de vuurlijn wanneer het verwittigingsignaal uit is en, indien van toepassing, op bevel van de aangestelde baancommandant of monitor. Tijdens bepaalde speciale trainingen of wedstrijden en onder toezicht van een monitor of bestuurslid kan van deze regels afgeweken worden.
  • 7 Veiligheidsmaatregel bij wisselen van de doelen:

– Leg het wapen neer, ontlaadt, ontwapen en open het sluitstuk of trommel (veiligheidsprocedure),

– Verwittig de andere (mede)schutters,

– Wacht tot alle schutters de tijd gehad hebben om hun wapens te ontladen of leeg te schieten en de veiligheidsprocedure toe te passen, vergewis u van hun akkoord vooraleer men voorbij de vuurlijn gaat,

– Controleer of alle wapens ontladen zijn en dat alle sluitstukken open zijn en de veiligheidsvlaggen geplaatst zijn,

– Schakel de vuurlijnbeveiliging in (het alarm),

– Ga voorbij de vuurlijn en vervang uw doel.

Vooraleer de vuurlijnbeveiliging uit te schakelen en aan de medeschutters te melden dat zij hun schietoefening kunnen hervatten, past het zorgvuldig te controleren dat er zich niemand tussen de vuurlijn en de doelen bevindt. Deze procedure wordt ook toegepast wanneer iemand (om welke reden ook) zich tussen de vuurlijnen de doelen wenst te begeven, bv om hulzen te rapen.

  • 8 Voor een schietstand met automatisch doeltransport,is hetten strengste verboden de schietbaan te betreden. Men kan enkel de schietbaan betreden onder toezicht van een monitor of een bestuurder, tevens zal men dan de veiligheidsmaatregelen moeten naleven zoals hierboven vermeld in §6 en §7 voor schietstanden zonder automatisch doeltransport. Tijdens bepaalde speciale trainingen of wedstrijden en onder toezicht van een monitor of bestuurslid kan van deze regels afgeweken worden.
  • 9 Wanneer het verwittigingsignaal en of de signalisatie lampen geactiveerd zijn of plots geactiveerd worden dientonmiddellijkde schietoefening te stoppen en de wapens te ontladen volgens de regels en neer te leggen.

Vanaf dat Uw persoonlijke schietplaats veilig is, is het ten strengste verboden WAPENS OF MUNITIE aan te raken. Dient men achter de veiligheidslijn plaats te nemen en de andere schutters aan te spreken ter controle van de gestelde situatie. Men dient direct een monitor, baancommissaris of hun aangestelde op te hoogte te brengen van de situatie. Enkel een monitor, baancommissaris of hun aangestelde heeft de bevoegdheid om het veiligheidssignaal te herstarten en de baan opnieuw vrij te geven om de schietoefeningen te hervatten.

  • 10 Bij mogelijk defect van dit signaal moet de monitor of zijn vervanger het bevel geven:

SCHUTTERS, ONTLADEN, ONTWAPENEN EN WAPENS NEER” en moet iedere schutter onmiddellijk gevolg geven aan dit bevel en is het ten strengste verboden WAPENS OF MUNITIE aan te raken.

  • 11 De schutter moet ervoor zorgen dat het wapen ongeladen op de schiettafel ligt met de loop in de richting van het doel.

– Karabijnen met open grendel en lege patroonhouder naast het wapen.

– Revolvers met opengedraaide en lege trommel.

– Halfautomatische wapens met open slede en lege patroonhouder naast het wapen.

Wapens waarvan de slede niet open blijft staan, moet men openhouden door er een voorwerp tussen te steken.

  • 12 Het is verboden tijdens het schieten (schietoefening, training, etc.) een geladen wapen neer te leggen op de schiettafel! Eerst ontladen en dan pas neerleggen.

 

  1. SCHIETINCIDENTEN TIJDENS DE SCHIETSTONDEN:

Bij handelingen met het wapen, de loop steeds op doel gericht houden (het wapen niet draaien, het is de schutter de om het wapen heen moet draaien).

  • 1 Kleine haperingen tijdens het schieten worden door de schutter op de schietplaats zelf hersteld, op een veilige manier met de loop richting doel.
  1. a) Bij het schieten volgt een hapering: het shot gaat niet af, dit is een “Ketser”.

– Minstens 30 seconden wachten, loop naar doel gericht;

– Ontladen, lader uitnemen (of trommel openen);

– Ontwapenen, wapen openen en kogel (uit de kamer) op de tafel laten vallen;

– Lader en wapen moeten correct op de tafel neergelegd worden (eventueel veiligheidsvlag gebruiken);

– Slechte kogel in de “Ketsersbak” deponeren.

  1. b) Het schot gaat wel af maar is niet zoals het gewoonlijk moet zijn. Bij het schieten is er een abnormaal dof geluid (plof, doffe knal, geen normale terugslag, etc.).

Dit gaan we een “Ploffer” noemen, (er bestaan andere benoemingen voor deze hapering). Dit is een ernstigere hapering, de kogelkop heeft mogelijks de loop van het wapen niet verlaten en kan dus nog in de loop zitten.

– Absoluut geen volgend schot meer afvuren!

– Ontladen, lader uitnemen (of trommel openen);

– Ontwapenen (slede, grendel of trommel open en de kogelhuls op de tafel laten vallen);

– Wapen (en eventueel lader) moeten correct op de tafel neergelegd worden (eventueel veiligheidsvlag gebruiken);

– Controleren door middel van kuisborstel, stokje, lichtje (GSM), etc. of de loop vrij is (niet in de loop kijken) en er op letten dat bij handelingen met het wapen de loop steeds op doel gericht is!

Zit de kogelkop nog in de loop, alles correct inpakken (op de schutterstafel) en naar de wapenkamer brengen voor verder gevolg ( of naar de wapenmaker).

  • 2 Andere haperingen die het schieten verder beletten worden dadelijk gemeld aan de monitor van dienst of een bestuurslid. Onder diens toezicht zal het defect verholpen worden aan de schiettafel of in de jurykamer, of zal het wapen veilig worden ingepakt.
  • 3 Bij andere incidenten (bv. het onklaar raken van uitrusting, schietstandverlichting, enz. ) moet de monitor van dienst het bevel geven: “Schutters, ontladen en wapens neer” en zal het incident verholpen worden.
  • 4. Bij eenernstigschietincident:
  1. a) Onmiddellijk de schietoefening stopzetten en de veiligheidsmaatregelen op de wapens uitvoeren,
  2. b) Telefonisch de hulpdiensten verwittigen via telefoonnummer112,
  3. c) EHBO materiaal aanwenden, bevind zich aan de inkomdeur van elke stand,
  4. d) De uitbater of zijn afgevaardigde verwittigen en minstens 1 bestuurslid,
  5. e) Niemand mag het schietcomplex verlaten vooraleer de officiële instanties hun toestemming daarvoor gegeven hebben.
  • 5 Procedure voor ontwapenen en ontladen van het wapen.

Dit dient als volgt te gebeuren:

  1. a) Voor de pistolen:

– verwijder eerst de lader uit het wapen.

– trek vervolgens de slede helemaal naar achter en blokkeer ze in deze stand. Bij het achteruittrekken van de slede zal de patroon die in de kamer zat hieruit verwijderd worden en uit het wapen vallen.

– controleer of de kamer wel degelijk leeg is en leg het wapen (met geopend sluitstuk dus) neer loop in de richting van de kogelvanger.

– maak nu de lader leeg (ontlaadt de lader). Let er op dat tijdens al deze handelingen de loop van het wapen steeds in de richting van de kogelvanger blijft.

  1. b) Voor de revolvers:

– neem met enkele vingers van de vrije hand de haan stevig vast (zodat men de haan kan tegenhouden bij het overhalen van de trekker).

– houdt de haan in de achterste stand en haal de trekker over.

– blijf kracht uitoefenen op de trekker en laat de haan zachtjes naar voor komen. Als de haan in de voorste stand is, wordt haan en trekker losgelaten.

– open de trommel en verwijder (verdrijf) met behulp van de uitwerpstang (verbonden met de uitwerpster) de patronen uit de trommel. Let vooral bij deze laatste handeling ook goed op dat de loop van het wapen steeds in de richting van de kogelvanger blijft. Het wapen mag wel wat naar boven gekanteld om het uitnemen van de patronen (of de hulzen) te vergemakkelijken, maar in het horizontale vlak moet het wapen op de kogelvanger gericht blijven.

– leg het wapen met geopende trommel neer, de loop in de richting van de kogelvanger.

  1. c) Voor de geweren:

– indien het geweer een lader heeft dient deze altijd eerst te worden verwijderd.

– vervolgens dient het sluitstuk achteruit gebracht te worden en afhankelijk van het model in deze stand verankerd te worden. Het sluitstuk moet hoe dan ook open blijven als het wapen wordt neergelegd. Is hiervoor geen vergrendeling voorzien of gebeurt deze vergrendeling door het inbrengen van een (lege) lader en wordt het sluitstuk met een veer dichtgedrukt, dan zal de schutter het sluiten (dichtgaan) van het sluitstuk verhinderen door in de uitwerpopening een voorwerp in te brengen (bijvoorbeeld een op maat gezaagd stukje hout, plastiek of veiligheidsvlag).

– schutters met een pomp-action geweer en/of een lever-action geweer moeten extra aandacht besteden en er voor zorgen dat de buis geen patronen meer bevat (doorladen tot de buis leeg is) en sluitstuk open.

 

  1. MONITOR TIJDENS DE SCHIETSTONDEN:
  • 1 Wordt beschouwd als verantwoordelijke baancommandant of monitor tijdens de schietstonden:

Ieder lid dat op dat ogenblik het verwittigingsignaal bedient of het bevel geeft bij defect van dit verwittigingsignaal.

Hij is verantwoordelijk voor het veilig verloop van de schietstonden.

  • 2 Iedereen moet zijn richtlijnen steeds onmiddellijk en zonder protest opvolgen.
  • 3 Ieder bestuurslid of actief lid kan het gebruik van een bepaald wapen verbieden, de betrokkene moet zich hier zonder protest aan houden.

 

  1. BEPERKINGEN BIJ WAPENGEBRUIK:
    §1 Toegelaten wapens op de 25m stand met automatisch doeltransport en de 25m multifunctionele stand: pistool, revolver en lange wapens categorie C en D tot max. 2000 joules.
    De maximale bezetting van deze stand is als volgt samengesteld: 12 of 13 schutters (afhankelijk van het gebruik op dat moment), 12 of 13 toezichters, 5 wachtende schutters, 5 toeschouwers.In bepaalde gevallen kan het bestuursorgaan anders beslissen.
  • 2 Toegelaten wapens op de 50m stand: Enkel lange wapens met getrokken loop tot max. 5000 joules en Free Pistol op 50m.De maximale bezetting van deze stand is als volgt samengesteld: 10 schutters, 10 toezichters, 5 wachtende schutters, 5 toeschouwers.In bepaalde gevallen kan het bestuursorgaan anders beslissen.

Toegelaten wapens:

Alle pistolen en revolvers met normale munitie.

Alle geweren en karabijnen (lange wapens), vurend met normale pistoolmunitie of revolvermunitie.

AFVUREN VAN HAGEL PATRONEN IS VERBODEN

  • 3 Wapens die technisch niet in orde zijn mogen niet gebruikt worden.
  • 4 Proefnemingen met wapens en munitie zijn verboden.
  • 4 Volautomatisch vuren is verboden bij wet.
  • 5 Het is verboden te schieten met zwart kruit.
  • 6 Het is verboden om munitie met hardstalen kern, opensplijtende kogelkop, lichtkogels, lichtspoormunitie of kwikhoudende munitie te gebruiken.
  • 7 Schietoefeningen met vuurwapens dienen uiterlijk om 22.00 uur stopgezet te worden.

 

  1. BIJKOMENDE VEILIGHEIDSMAATREGELEN:
  • 1 De eerste persoon die de schietruimte betreedt moet controleren of de afzuiging in werking is, en controleren of het rode veiligheidslicht brand (geplaatst aan de toegangsdeur).
  • 2 Er moeten zich steeds minimum 2 (twee) personen in de schietruimte bevinden. Alvorens de schietoefening kan gestart worden, moet er steeds iemand zijn die de taak van monitor op zich neemt. Dat geldt niet voor leden van ordediensten, gerechtelijke diensten of bewakingsagenten.
  • 3 Alvorens de schietoefening te starten moet de monitor van dienst controleren of de schietaccommodatie in orde is en of de nooduitgangen vrij zijn.
  • 4 Het zandlichaam van de kogelvang moet steeds lichtjes nat gespoten zijn.
  • 5 Tijdens de schietoefeningen moet de afzuiginstallatie continu in werking zijn.
  • 6 Indien zich een ongeval voordoet moet men onmiddellijk de dienst112bellen.
  • 7 De jurykamer mag enkel worden betreden door de bestuursleden, de puntentellers, de baanmeesters en de actieve leden die als monitor optreden.
  • 8 Tijdens het schieten is het verboden de schutters te hinderen of af te leiden.
  • 9 Indien een schutter of een andere persoon een gevaarlijke toestand schept en hiervoor klacht wordt neergelegd bij het bestuursorgaan, dan wordt de bedoelde persoon ter verantwoording geroepen.
  • 10 In de schietruimten en het gans complex geldt een algemeen rookverbod.
  • 11 Het is verboden dranken mee te nemen naar de schietruimte, uitgezonderd niet-alcoholische dranken voor de baancommandanten, monitoren en juryleden bij schietoefeningen en wedstrijden.

Alcoholische dranken zijn te allen tijde verboden in de schietruimte en in het jurylokaal.

  • 12 Bij het verlaten van de lokalen moet de laatste persoon het luchtafzuigsysteem en verlichting uitschakelen.

Hij moet er zich ook van vergewissen of er geen brandgevaar bestaat en hij sluit de lokalen slotvast af.

  • 13 Iedereen die op enige wijze vrijwillig schade toebrengt aan toestellen, installaties, de schietruimten of andere lokalen van PSKM of Heiveld NV is verplicht schadeloosstelling te betalen voor de aangebrachte schade, ongeacht eventuele andere sancties. Dit geldt ook voor het opzettelijk bevuilen van de lokalen.
  • 14De uit veiligheidsoverwegingen gemaakte video-opnames tijdens de schietstonden zijn conform encompliant met de nieuwe Europese privacyregelgeving (GDPR) en betreffen geen inbreuk hierop want het is in overeenstemming met de privacy rechten van de leden uitgevoerd.

 

  1. ONDERHOUD EN VEILIGHEID:
  • 1 Onderrichtingen voor de schutters:
  1. a) Na elke schietoefening moet iedere schutter zijn schiettafel reinigen, zijn plaats aan de vuurlijn opkuisen en het vuil in de vuilnisbak deponeren.
  2. b) De hulzen moeten opgeraapt worden en in de hulzenbak geworpen worden.
  3. c) De deksels moeten steeds op de vuilnis- en hulzenbak worden geplaatst.
  4. d) Papier en karton moeten gescheiden worden gehouden van plastiek en ander al dan niet recycleer baar materiaal.
  5. e) Indien een schutter gebreken vaststelt aan de schietaccommodatie of aan de veiligheidsvoorzieningen, moet hij de toezichter/monitor of een van zijn eventuele vervangers, of bij gebrek aan voorgaande, een ander bestuurslid daarvan zo snel mogelijk in kennis stellen.
  6. f) Korpsen en andere gebruikers van de schietruimte dan clubgebruikers moeten de stand na het beëindigen van de schietoefeningen in minstens dezelfde toestand van reinheid als bij de aanvang van de oefeningen achterlaten.

Alle hulptuigen en speciale doelen dienen terug op de daarvoor bedoelde plaats van bewaring geplaatst te worden.

  • 2 Preventief onderhoud:
  1. a) De toestand en goede werking van alle technische installaties (verlichting, veiligheidssignalisatie, afzuiging, doelinstallatie, doelframes, bowlingpinsteunen, e.d.) vallen onder de verantwoordelijkheid van de toezichters/monitors en/of diens vervanger(s). Eventueel noodzakelijke kleine herstellingen worden door hem/haar (hen) zo snel mogelijk uitgevoerd. Grotere ingrepen of noodzakelijke herstellingen worden door de toezichter/monitor voor bespreking op de agenda van de eerstvolgende bestuursvergadering geplaatst om daarna gemeld te worden aan de eigenaar verhuurder Heiveld N.V.
  2. b) Een of meerdere mensen worden door het bestuursorgaan aangeduid voor het schoonmaken van de schietstanden. Hun taak bestaat onder meer in:

Het wekelijks leegmaken van de metalen vuilnisbakken en verwijderen van alle gebruikte papieren schietkaarten,

Het leegmaken van de hulzenbak telkens wanneer dit nodig is,

Het wekelijks opvegen van de volledige vloer (van doelen tot schietplaatsen). Alle opgeveegd stof wordt bevochtigd en reglementair verwijderd, minstens eenmaal per kwartaal wordt de vloer met water na gereinigd.

  1. c) Telkens wanneer de toezichter/monitor dit nodig acht, doch minstens om de twee jaar, wordt de kogelvang ontdaan van alle achtergebleven lood (kogelkoppen) en andere onzuiverheden. Daarvoor wordt het zand van de kogelvang over de volledige breedte en tot op een diepte van ongeveer 1 meter afgegraven, gezeefd en terug op de kogelvang geplaatst. Zo nodig wordt een gedeelte van het zand vervangen of aangevuld. Deze werkzaamheden worden onder de leiding en coördinatie van het bestuursorgaan op vrijwillige basis door leden van de vereniging uitgevoerd.
  2. d) De filters van de afzuiginstallatie worden minstens om de twee weken nagekeken, gereinigd en eventueel vervangen. Dit wordt uitgevoerd door de aangestelde verantwoordelijke van Heiveld NV of een van zijn vervangers.
  3. e) De in het veiligheidsdossier genoemde veiligheidsvoorzieningen worden onder het toezicht van de veiligheidscoördinator regelmatig getest.
  4. f) Alle schoonmaakbeurten en andere werkzaamheden in de schietstanden worden door de uitvoerders in het register van de schietstand genoteerd.

 

  1. BESLUIT:
  • 1 Het nieuwe schietstandreglement werd volledig aangepast, goedgekeurd en aangenomen door het bestuursorgaan op datum van: 03 februari 2020.

 

Deze aangepaste versie vervangt alle voorgaande publicaties vanaf 01/03/2020